" Szeged "

- Informatie -

   

Begin uw bezoek aan Szeged aan de oever
van de Tisza,daar vindt u de beste parkeer-
mogelijkheid.

De Tiza is een echte Hongaarse rivier. Hij
komt uit de oostelijke karpaten nadat twee
takken- de Witte en de Zwarte Tisza- zich
verenigen.

 

 

 

 

 

De Tisza slingerde zich vroeger door enorme
gebieden maar in 1840 is men begonnen de
loop van de rivier te reguleren.De ingenieur
Pál Vásárhelyi heeft na grondige voorstudie
en op initiatief van Graaf István Szechenyi
de plannen gemaakt.
Maar de vernietiging van de stad Szeged door
de watersnood op 12 maart 1879 heeft meerdere
oorzaken gehad. De huidige moderne stadstructuur
met ring- en radiaalstraten is ook een gevolg uit
de wederopbouw na de watersnood.

De rivier de Tisza en de stad Szeged zijn
onlosmakelijk met elkaar verbonden. De
liefhebbers van de Tisza: vissers, roeiers
en zwemmers, zijn vanaf de lente tot de
herfst in- of op het water te vinden.
De visrestaurants aan de Tisza bieden
specialiteiten uit de rivier de Tisza.

Bij het VVV (tourinform) kunt u prospekte
en informatie krijgen over de stad Szeged.

Éénmaal lopend in de stad vergeet dan niet
ook een blik te werpen in de hofjes. U
vindt daar kleine restaurants en winkels
maar geniet vooral van het prachtige restauratie
werk.

Voor de watersnood in 1879 werd hier op het
Dugonic plein de granenmarkt gehouden. Aan
de kant van het plein ter hoogte van de Lajos
Tisza kórüt staat het beeld van András Dugonic,
hij houdt in zijn hand de roman „ Etelka’’ de
eerste roman in de Hongaarse taal.
Op het Dugonic plein nummer 2 bevindt zich het
in romantische stijl gebouwde Vajda huis. Nu is
hierin het Italieinstituut en het Tourinform bureau
gevestigd.

Het belangrijkste gebouw van het plein is het
hoofdgebouw van de universiteit wat een vroeg eklektisches paleis is.
Op het plein worden gedurende het seizoen
vele culturele voorstellingen gegeven en er
worden meermaals markten van handswerk-
lieden georganiseerd.

Op de hoek van de Tisza Lájos Kórüt en de
Kölcsey utca staat het karaktiristieke paleis
„ Reök”. De jong gestorven Hongaarse architekt
Ede Magyar heeft het in 1907 gebouwd in opdracht
van de waterbouwkundig ingenieur István Reök.
Ede Magyar heeft bijna alle kunstcentra in europa
bezocht en heeft vele ideen verwerkt in dit paleis.
Aan de gevel en in het trappenhuis zijn prachtig
gestileerde plantenornamenten en veel smeedwerk
te zien.

Dit gebouw doet herinneren aan de woonhuizen
van Antoni Gaudi.Het is één van de mooiste ge-
bouwen van Europa in Jugendstil.
De inwoners van Szeged noemen het huis
„ Paardekont huis” omdat achter het huis een
beeld staat van een huzaar.


Vanaf het Szechenyi plein zetten wij de wandel
tocht door de voetgangerszone voort.

Bij het begin van de zone staan de groetende
beelden, werk van Peter párkányi, zij beelden
de vrolijke straattheatertijd uit van de vroege lente
tot de late herfst.
Aan het einde van de straat staat bij het Dogonics plein
de beeldengroep „straatmuziek” het werk van
Sándor Kligl.

 

In het souterrain van het Új Zsóter Ház vind
u één van de geliefste trefpunten van de bewoners
en gasten van de stad de Virág konditorei.

Inhet midden van het Klauzál Tér met zijn
Mediterane uitstraling staat een beeld van
Kössuth Lájos. Dit beeld was het eerste
volledige beeld van hem in Hongarije.

 

Bewondert u de prachtige architectuur.

 

Op de hoek van de Gyórgy Dósza utca en
het Stefánia staat het voormalige hotel Kass wat de grootvader van de beroemde Hongaarse graficus János Kass in 1897 heeft gebouwd.
In het gebouw was een zeer luxe café, restaurant
en hotel gevestigd. De familie verkocht het gebouw
aan een grote firma tijdens de crisis. In 1934 werd
het hotel onder de naam Hungária weer geopend.
Nadat het derde nieuwe hotel Hungária geopend was
is het gebouw in 1977 voorgoed gesloten en tot op de
dag van vandaag is dat nog steeds zo.
Voor het gebouw staat het gedenkteken van de beroemde Hongaarse liedermaker en muzikant Pista Dánko.

Één van de beduidenste bouw monumen-
ten op het plein is het Kárász Ház. Vanaf
het balkon van dit haus hield KössutLájos
in 1849 zijn laatste rede in Hongarije.
In 1857 heeft keizer Franz Josef hier
overnacht. Op het plein staat nog de
koningsbron gemaakt door Tobias Klara.

We onderbreken onze wandeling voor een kleine
pauze achter het museum op de Stefánia,officieel
noemde men deze omgeving de slottuin. Onder de
bomen is de voormalige Maria-Theresia poort te
zien. Al voor de landinname van de Hongaren werd
zo’n aardeburcht gebouwd .De Tartaren sloopte de
burcht echter koning Béla de 4e liet hem weer op-
bouwen nu echter versterkt met stenen muren. Op
de voormalige plaats van de Romische wacht ont-
stond het paleis. In 1444 werd hier de Vrede van
Szeged gesloten met de Turken. Van hier ging
Hunyadi op weg om Nándorfehérvár te belegeren.
De burcht werd in 1543 door de Turken ingenomen
en in 1686,na 143 jaren, weer in bezit genomen
door christelijke troepen. Josef de tweede liet de
burcht als vesting ombouwen tot gevangenis.
Tussen 1880 en 1882 is de gevangenis afgebroken.

Na de watersnood werd tussen de behouden muren
van de burcht een restaurant en kiosk gevestigd.
In 1959 werd het geheel gerestaureerd en kreeg toen
de tentoonstelling stadsgeschiedenis zijn plaats.
Voor enige jaren en na de wens van een groot deel
van de bevolking van Szeged kreeg het uit Carrara
marmer gebeeldhouwde beeld van koningin Elizabeth
(Sisi) zijn waardige en huidige plaats na jarenlang in de tuin van het burchtmuseum te hebben gestaan

Vanuit de Dom tér lopende over de Oskola utca
bereiken we het Roosevelt tér waar tot in de 50er
jaren een vismarkt gehouden werd.
Aan die zijde van de Tisza staat het beeld van
Gyula Juház peinzend kijkend over zijn geliefde
Rivier.
De binnenstad brug is oorspronkelijk gebouwd naar
de plannen van János Feketeházy op de plaats van
de eerst gebouwde verkeersbrug door de Eiffel
firma in 1948 nieuw gebouwd.

Op dit plein staat ook het Ferenc Móra museum. Het museum is in 1896 in Neoklassieke stijl. Het opschrift
op de driehoek rustend op de Corintische zuilen aan de voorgevel staat geschreven waarvoor het gebouwd werd gebruikt „ Voor cultuur en scholing van het volk”
Direkt naast de trap staat de buste van János Reizner de voormailge museum directeur.
In het museum zijn de volgende permanente tentoonstellingen te zien: de herinneringskamer van Ferenc Móra, een archiologische entoonstelling over de tijd van de volksverhuizing met als titel „ zij noemden zich de Awaren”, de verzameling van Ferenc Lucs en een etnografische tentoonstelling over de volkskunst van de  provincie Csongrád.

Steeds weer ontdekt u kleine mooie nisjes
tussen de huizen met de mooiste sculpturen
op uw wandeltocht door de stad.

Het Domplein is precies even groot als het´San-Marco plein in Venetie. Precies 12.000 m2 Op dit plein worden in de zomer de internationaal bekende openluchtspelen gehouden. De eerste uitvoeringen vonden plaats in 1930. De gebouwen onder de arcaden zijn uitgevoerd in rode  klinker en gebouwd in noord europese stijl er bevindt zich de Nationale gedenkhal ( Pantheon). Deze hal is ontstaan door toedoen van de eerste Hongaarse cultuur minister Kunó Klebelsberg. Aan de buitenzijde ziet u diverse bustes en reliefs van personen uit de Hongaarse geschiedenis van literatuur,kunst en natuurwetenschap. Op het plein staat ook het oudste gebouwmonument de Demetriustoren. De fundering stamt uit 11 e eeuw en het romantische vierkante
deel alsmede de vroeggotische verdieping uit de 13e eeuw.

In de poortramen zijn romantische stenen verwerkt
die uit de sloop van de burcht gekomen zijn. In de
boog is een kopie van het oudste plastiek uit de 12e
eeuw te zien ( een Lam). De gesmede deur is een
werk van János Bille en wordt genoemd „ de deur
naar het leven” Op de deur vind u vele symbolen van
de christelijke lithurgie.
Na de watersnood in 1879 heeft de burgemeester
beloofd een monumentale kerk te zullen bouwen,dat
is de huidige Votivkerk geworden.
De dom is zowel van binnen als ook buiten versiert
met vele mozaieken,beelden en reliefen.

Het orgel met zijn 9040 pijpen is het derde grootste
orgel van europa.In de kelders van de dom bevinden
zich de grafkelders van vele beduidende persoonlijkheden.

Één der beduidendste voorwerpen in de dom is het Krusifix van János Fadrusz wat op de wereldtentoonstellingin 1900 in Paris de hoofdprijs heeft gewonnen.

Een andere curiositeit van de dom is het mozaiekbeeld Boven het baldakijn van het hoofdaltaar, waar de Madonna de voor Szeged typische rode pantoffels en de voor het zuidelijk laagland karakterristieke mantel draagt. Kijken we verder rond  op het plein dan zien we ook het gebouw waarin het medisch-chemische instituut is waar Albert SzentGyörgyi zijn onderzoeken deed waarvoor hij in 1937 de Nobelprijs voor medicijnen heeft gekregen.